|
Rondreis Thailand, Cambodja & Vietnam
Rit van Bangkok naar Koh Kong in Cambodja
Frans en Helma Horjus, 19-11-2006
Om kwart over zes ging de wekker. Helma ging, hoewel ze niet
al te best geslapen had, er meteen uit om zich klaar te maken.
Om half acht waren we op de kamer terug van het ontbijt. Het buffet
was overdadiger als op andere dagen. Dat kwam door het vroege
uur. Om kwart voor acht waren we met onze bagage beneden om uit
te checken. De chauffeur stond ons al op te wachten en vroeg of
we het erg vonden als zijn vrouw mee zou gaan. Natuurlijk hadden
wij daar niets op tegen.
 We
hadden een rit van 365 km voor de boeg. De rit door Bangkok duurde
net als de vorige keer, drie kwartier. Eenmaal buiten de stad
werd hard doorgereden. We reden over weg 7 naar Chon Buri waar
even werd gestopt en daarna over weg 344 en weg 3 via Chantaburi
naar Trat, waar weer werd gestopt. Na een kwartier ging het weer
verder langs weg 318. Er restten nog vijf en tachtig kilometers
naar de Cambodjaanse grens in Hat Lek. Daar namen we bij de grensovergang
afscheid met tip van de chauffeur en zijn vrouw.
Het was geen probleem om Thailand uit te komen, maar na de formaliteiten
werden we besprongen door allerlei taxichauffeurs en andere hulpvaardige
handen. Het was een onoverzichtelijke toestand, maar we konden
ons redelijk staande houden in al dat geweld. Onze chauffeur vonden
we met niet al te veel moeite. Dus de grens over en aan de Cambodjaanse
kant ‘visa upon arrival’ proberen te scoren. De papieren
die ingevuld moesten worden, werden door fooitjesjagers voor ons
ingevuld, maar toen we zelf onze handtekeningen moesten zetten,
werden de hulpjes de tent uitgetrapt. Dus…betalen en wel
ThB 2400. Ik zei dat we dit niet meer bezaten en dat er officieel
met US dollars moest worden betaald. Hadden de corruptelingen
niets mee te maken. Baths wilden ze zien. Ik deed nog een zwakke
poging, maar ze zagen me niet eens meer staan. De papieren werden
terzijde geschoven…Wie volgt… Dus moest Helma naar
de Thaise kant terug om te pinnen. Daar moest ze haar pas inleveren
en mocht ze naar de pinautomaat even verderop. Toen de heren grensbewakers
hun geld binnen hadden, werden de papieren vlot overhandigd en
konden we het volgende papier scoren. Het uitreisvisum.
 Enfin
aan alles komt een eind dus ook aan deze ellende en zo reden we
Cambodja binnen. Na een rit van ongeveer twintig minuten, reden
we over de kilometer lange brug Koh Kong binnen.
Hotel Phum Min Koh Kong ligt vlak bij de brug aan de rivier. Daar
hebben we ingecheckt. De kamer redelijk maar het bed….keihard.
Al met al toch wel een primitief gebeuren.
Het hotel heeft geen restaurant. Daarvoor moesten we naar de
buren, op hetzelfde terrein en achter hetzelfde hek. We zijn erheen
gegaan en zowaar, het was een redelijk restaurant. Toen we net
binnen waren, barstte er een tropisch onweer los. Het water viel
bij bakken uit de lucht. We hebben ons eten en drinken besteld.
Het meisje dat ons hielp was een vlot ding. Toen we daar zaten,
kwam er een verlopen type binnenwaggelen, kletsnat, die verderop
neerplofte en een drankje bestelde. Het duurde niet lang of hij
kwam naar ons toe en vroeg of hij bij ons mocht komen zitten om
wat te praten. Hij bleek een Amerikaan te zijn, die zich Bob noemt.
Oud marinevliegenier en later werkzaam in de offshore bussines.
Hij had geen contact meer met zijn familie en had zes en twintig
jaar in Pattaya gewoond. Nu was hij hier neergestreken en dat
beviel hem wel. Ineens stond Bob op (we hadden ook zijn drankje
betaald) op. Hij zei dat hij ging slapen en scharrelde (bad leg)
naar Hotel Phum Min terug. De man is in een buitengewoon slechte
conditie.
 We
zijn na het eten (het was inmiddels weer droog geworden) naar
onze kamer gegaan om een beetje uit te rusten.. Tegen zonsondergang
zijn we gaan wandelen, om Koh Kong wat beter te leren kennen.
Dat viel nog wel een beetje tegen. Er is niets te beleven. Nou
niets…wel een zonsondergang met een prachtig gekleurde lucht.
We hebben wat langs de rivier gekuierd en zijn toen in een plaatselijke
kroeg koffie gaan drinken. Had nog heel wat voeten in aarde. De
inhaber stuurde zijn kleine zoontje op ons af, want die sprak
z’n talen!! Enfin we kregen uiteindelijk wat we wilden en
alras kwam een moedige Koh Konger bij ons zitten, die anderhalf
woordje Frans sprak. Daar hebben we, terwijl de kippen om onze
voeten scharrelden, wat mee kunnen praten.
 Na
een onverwarmde douche zijn we weer naar het restaurant naast
het hotel gegaan en spoedig voegde Bob, tot Helma’s niet
geringe schrik, zich weer bij ons. Enfin, we hebben het overleefd!
Hij bestelde een garnalenschotel en prikte daar lusteloos wat
in om. Toen schoof hij het naar ons toe en zei: ‘Eten jullie
het maar op!’ Dat was helemaal niet de bedoeling, dus we
bedankten. Een beetje teleurgesteld trok hij zijn eigen beurs,
betaalde en waggelde zonder te groeten weg. Hij had kennelijk
gehoopt, dat wij zijn eten zouden betalen.
Het lijkt wel of om acht uur ’s avonds het leven ophoudt
in dit restaurant, maar dat was maar schijn. Aan de waterkant
staan een paar leuke paviljoentjes, waar de bediening gewoon doorging.
Wij zijn aan een tafel aan de waterkant neergestreken en hebben
daar nog lekker een poos, met thee en bier, van de warme avond
genoten. De hoteleigenaar kwam een poosje met ons kletsen. Dat
was nog wel gezellig. Een en ander kostte wel een paar muggenbeten.
Om half tien zijn we naar de kamer gegaan en hebben, na een ijverige
zoektocht naar de stankbron in de badkamer (waarschijnlijk een
verkeerd sifon), nog een poosje liggen lezen op het keiharde bed.

|
|