|
Rondreis Thailand, Cambodja & Vietnam
Phnom Penh, excursie naar de Phnom Tamao Zoo
Frans en Helma Horjus, 27-11-2006
Om acht uur begon onder ons het gehengst tegen de muren weer.
Het werken aan de buitenlift werd weer hervat. We hebben ons vlug
klaargemaakt om te ontbijten. Het allereerst wat we echter deden
was, aan de desk een taxi bestellen voor half tien. Daarmee wilden
we naar Phnom Tamao Zoo gaan. Precies op de afgesproken tijd was
de taxi er. In ruim een uur waren we waar we wezen wilden. De
rit ging weer over Takhmao en Tonlé Bati, langs weg 2.
De chauffeur sprak, naar hij zei Chinees, Japans en heel goed
Engels. Dat bleek waar en we konden ons prima met hem onderhouden.
Hij was afkomstig uit de omgeving van Takeo. Hij vertelde ons
dat hij begin 2007 zou gaan trouwen. Hij had er eigenlijk nog
helemaal geen trek in, maar zijn verloofde was al zevenentwintig
jaar oud, dus die had haast. Hij hoopte, dat zijn bruiloft genoeg
geld zou opleveren, dat hij een busje kon kopen. Dan was hij verzekerd
van iedere dag werk. De wagen die hij nu bereed was van een familielid.
Die huurde hij. Dat hij Engels gestudeerd had, leverde hem tot
nu toe nog niet veel op. Jammer eigenlijk, want het is voor een
toerist toch gemakkelijk als deze zich verstaanbaar kan maken.
 De
dierentuin was een beetje rommelig, maar de bewoners ervan hadden
een zee aan ruimte. Ze worden een tijdlang gekooid en daarna uitgezet
in het ruime wildpark. Daar kan men niet wandelen, want er struinen
gevaarlijke jongens rond. Die worden in dit park voor uitsterven
behoed. We hebben geruime tijd in de dierentuin rondgedwaald.
De auto bleef vlak bij ons en we konden, als het te ver lopen
was, zo instappen en ons naar het doel laten rijden. Heel geriefelijk.
Natuurlijk waren er weer plenty jongens, die ons voor een fooi
met allerlei dingen wilden helpen. Uitleg, het verstrekken van
kokosnoten en bananen en ga zo maar door. Buiten het hek van de
zoo lag een inlands nederzettinkje. Daar schilden de Cambodjaanse
vrouwen een aantal glibberige palmvruchten (die kreeg ik in ’61
ook te eten van onze huisbewaarster toen ik hepatitis had, licht
verteerbaar).
 We
hebben er koffie en thee gedronken en de chauffeur de eeuwige
Coca Cola. Het was heel gezellig onder het atap. Terug in Phnom
Penh hebben we in het restaurant van het hotel geluncht. In de
latere namiddag zijn we weer naar het kantoor van de vertegenwoordiger
van Travelmarker Reizen gegaan en hebben kennis gemaakt met Miss
Linda, een heel leuk en spontaan typetje. We moesten daar wel
heen, omdat Jack haar had verteld dat wij heel kwaad waren wegens
die Ream kwestie en dat we nog wel verhaal zouden komen halen.
Enfin, we hebben leuk met haar gebabbeld en gevraagd of ze de
chauffeur van vanochtend wilde sturen om ons naar Pochentong te
brengen. Dat was wat haar betreft goed en ze heeft de man, wegens
zijn taalbeheersing in haar systeem opgenomen. Toen we weer op
straat stonden, werden we aangesproken door een Tuk-tuk driver.
Hij had al een paar dagen geen vrachtje gehad. Een zielige man
vonden we en of hij nou loog of de waarheid sprak, dat donderde
niet. Wij wilden toevallig een Tuk-tuk nemen om koffie te gaan
drinken in de Sorya Market en hebben hem ingehuurd voor de rest
van de tijd, die we in Phnom Penh zullen doorbrengen. Anderhalve
dag voor $15. In het bovenste restaurant van Sorya hebben we koffie
en thee gedronken en genoten van het uitzicht. Phnom Penh in de
ondergaande zon.
Daarna zijn we gaan internetten. Sorya bleek het mooiste internetcafé,
dat we in Azië hebben gezien, te hebben. Toen dat achter
de rug was, hebben we onze Tuk-tuk driver ons naar het hotel laten
brengen en hem om half acht besteld om ons naar Indochine 2 te
brengen. Terug in het hotel ansicht kaarten geschreven en nog
wat gelezen. Om half elf zijn we gaan slapen.

|
|