|
Rondreis Thailand, Cambodja & Vietnam
Van Sihanoukville naar Kampot
Frans en Helma Horjus, 23-11-2006
We stonden om half zeven op. Ons klaargemaakt en de laatste dingen
in koffers en tassen gestopt. Daarna ontbeten en op de taxi, die
ons naar Kampot zal brengen, gewacht. De wagen bleek er al een
poosje te zijn, zodat we om tien voor half negen instapten. De
rit duurde een kleine twee uur. De chauffeur haastte zich niet
en we konden genieten van het landschap. Eerst palmplantages en
daarna rijstvelden met op de achtergrond de Baai van Veal Renh
aan de ene en het Bokor Massief aan de andere kant. Er werden
een paar nieuwe bruggen aangelegd, maar dat was het enige verschil
met de vorige keer toen we hier langs kwamen.
 Toen
we Kampot binnenreden, werden we voor de brug opgevangen door
de vertegenwoordiger van Travelmarker Reizen ter plaatse, meneer
Jack Sok. Die ons door de chauffeur rechtstreeks naar Hotel Sopheang
Mungkul liet brengen. Hij zei, dat hij nog even wat te doen had,
maar dat hij ons over een half uur in het hotel wilde treffen,
om over uitstapjes in de omgeving te praten. Inderdaad verscheen
hij op de afgesproken tijd. Hij had bedacht, dat een boottochtje
op de Stung Tuk Chhou vanmiddag heel geschikt zou zijn. Wij zeiden
dat we een uitstapje wilden naar de zoutwinningvelden ten zuiden
van de stad en naar Kep, maar dat we het ook nog even wilden hebben
over de tocht naar Ream, die we hadden laten varen vanwege het
feit, dat deze tocht een hele, en niet een halve dag duurde. Het
zou billijk zijn, dat tochtje met het uitstapje naar Kep en de
zoutwinning te verrekenen. Hij beloofde dit per fax op te nemen
met Mrs Linda, de vertegenwoordigster van Travelmarker Reizen
in Phnom Penh. Later kwam hij terug om ons te vertellen, dat de
boottocht deze middag gratis zou zijn. Dat hebben we dus maar
aangenomen. Toen we met de bagage klaar waren, zijn we de Phnom
Penh Straat een eindje ingelopen, richting markt. We hebben in
een restaurantje een koffie besteld. De communicatie was wel erg
beroerd en daarom zijn we teruggegaan richting grote rotonde.
Daar hadden we namelijk een groot restaurant gezien, waar we de
lunch wilden bestellen. Er kwamen ook nog twee Amerikaanse backpackers
binnen, waarmee ik nog een paar woordjes heb gewisseld. Toen het
eten achter de knopen was, zijn we naar het hotel terug gegaan.
Daar bezwoer men ons, dat we er geen kamer hadden. Het werd een
hele discussie en het eind was, dat ik me deerlijk vergist had.
We stonden in de lobby van Hotel Sen Monorom, dat een blok verder
ligt dan ons hotel.
 Om
twee uur kwam Mr Jack op zijn brommer ons met een tweede motodup
ophalen om ons naar de boot te brengen. Om tien voor half drie
vertokken we. Het is inderdaad een prachtige rivier. De boot moest
een aantal mensen, die naar Bokor Hill waren geweest, ophalen.
Wij hadden op de heenweg het rijk alleen. Tegen vieren kwamen
we aan bij een dorpje, dat aan de voet van de Elephant Range ligt.
Daar moesten we een poosje wachten, tot de mensen arriveerden.
Ondertussen ging de schipper met zijn kleine hulpje, een jongetje
van misschien zes jaar, de motor onderhouden. Je staat er versteld
van, hoe deze mensen van plastic flessen hulpmaterialen knippen.
Om even over vieren kwamen de lieden, die naar Bokor waren geweest,
in het dorp aan. Er was onder hen een vette, lompe Belg, die letterlijk
de boot in kwam vallen, plat op z’n bek. Om zes uur waren
we terug in Kampot. We zijn naar het hotel teruggewandeld in het
donker. Na ons te hebben opgefrist zijn we naar het restaurant
gegaan, waar we vanmiddag hebben geluncht (Restaurant Heng Leap,
200 m lopen). Het eten bleek er heel goed te zijn. Terug op onze
kamer hebben we nog wat gelezen en zijn op tijd gaan slapen.
|
|