Reisverslag India - Rajasthan
Van Jaisalmer naar Bikaner
door Ronald Jongeneel en Loes Schellekens, 5 augustus
2009
 De
vloek van de diensten-economie, het evaluatieformulier, heeft
ook Rajasthan bereikt. Gisteravond werden we ermee verrast na
een maaltijd in een backpackerscafé. En deze ochtend, toen
we op het punt stonden ons hotel in Jaisalmer voorgoed achter
ons te laten, werden we tegengehouden door een enigszins verhitte
hotelmanager die tekst & uitleg wilde over de plaats waar
we de kruisjes hadden geplaatst, Dat beneemt ons de lust het een
volgende keer weer (eerlijk) in te vullen.
Van Jaisalmer naar Bikaner, de langste rit van allemaal, 330
kilometer, waarvan geen enkele koe-loos. Eindeloos woestijnlandschap
met kuddes schapen die net als de koeien al zwervend de weg oplopen.
Hier en daar een dood beest als verkeersslachtoffer, zoals een
dode kameel.
Onderweg een kleine stop in een truckerscafé á
la Indienne omdat Mister Opi nog moet ontbijten. Wij houden het
bij een drankje. De hitte is hier goed voelbaar.
 De
gang van zaken bij een spoorwegovergang blijft ons verbazen. De
bomen worden gesloten volgens de dienstregeling, maar de trein
houdt zich daar natuurlijk niet aan, dus moet je soms behoorlijk
lang wachten. Als de trein eenmaal is gepasseerd is het leed nog
niet geleden, want veel chauffeurs bedenken, als ze aan komen
rijden en een rij(tje) wachtende auto's zien staan, dat er op
de rechter weghelft (dat is in India dus de weghelft van de tegenliggers)
nog best ruimte is (allicht, die tegenliggers staan te wachten
aan de andere kant van het spoor) en rijden dus aan de verkeerde
kant van de weg door totaan de spoorbomen. Binnen de korste keren
staan er dus aan beide zijden twéé files, zodat
niemand kan doorrijden als de bomen weer open gaan. Eerst moeten
de twee files weer samengevoegd worden tot één,
wat niet goed lukt omdat er geen ruimte is om te manoevreren.
Ook Bikaner heeft een fort dat het bezichtigen waard schijnt
te zijn maar aangezien we er al vele gezien hebben (en ook mooiere)
en we redelijk vermoeid zijn van de trip, kiezen we ervoor om
meteen in te checken. Bhanwar Niwas, ons plaatselijke hotel (uit
1927), is rijkelijk voorzien van artdeco details. Alsof je in
een museum logeert. Lampen, schilderijen, meubels, alles bevindt
zich hier ergens op het hellende vlak tussen kunst & kitsch.
De ons toebemeten ruimte bestaat uit 3 catacombe-achtige constructies
zonder al te veel daglicht, met om de hoek een trap die eindigt
in een toilet.
In de namiddag hebben we de omgeving verkend. Nu ligt het hotel
midden in 'the old city', en deze 'city' is echt 'old'. Geen brede
en/of rechte weg te bekennen, alleen maar steegjes van hoogstens
een meter of twee breed. Het kostte inderdaad ook al de grootste
moeite om hier te komen met de auto, hetgeen Mister Opi deed verzuchten
'drivers do not like this hotel'.
 Ondanks
het volslagen gebrek aan ruimte en de überclaustro-sfeer,
sjeest iedereen lekker door op de brommer of in de riksja. Dit
is misschien wel de drukste omgeving die we tot nu toe hebben
gezien. En iedereen zegt 'hallo!'.
Na een minuut of 20 van dit werd het risico op ernstig verdwalen
steeds groter en zijn we op onze schreden teruggekeerd. Er zijn
denk ik niet zoveel plaatsen op aarde waar ik echt volledig gedesoriënteerd
raak, maar Bikaner is er één van.
Op de fotos: details van het Bhanwar Niwas Hotel.

|