|
Rondreis Kleine Soenda-eilanden
Vrije dag op Gili Meno, een eilandje voor de kust van Lombok
Jo en Rita de Wilt, 13-11-2005
‘s Ochtend hebben we het klad-reisverslag zitten bijwerken,
want anders worden door de ervaringen van de nieuwe dag de oudere
wat naar de achtergrond geschoven. We zijn nu vier weken op reis
door werkelijk een ontzettend mooi gebied (de superlatieven gaan
je ontbreken!). Het reizen bevalt ons uitstekend.
Natuurlijk dwalen onze gedachten regelmatig naar Nederland: je
vergelijkt dit gebied soms met Nederland, we denken aan onze kinderen,
de collega’s, de vrienden van de loopgroep, andere vrienden
en kennissen. Hoe gaat het met iedereen; sommigen sturen wel eens
een mailtje terug om ons op de hoogte te houden van bepaalde ontwikkelingen;
hoe gaat het op ons werk? Met je afwezigheid is toch ook een deeltje
van de bedrijfskennis afwezig. Het is niet melancholiek, maar
af en toe dwalen je gedachten even weg, even in gedachten naar
huis, naar thuis. Hoewel jullie allemaal even ‘direct’
uit beeld zijn, vormen jullie toch de emotionele achtergrond,
die we voortdurend met ons meedragen. Om dit te dragen hebben
we geen bagagemaffia nodig.
Om 9.30 vertrekken we met een boot naar een drietal snorkel/koraalgebieden
met nog twee Nederlanders die we tijdens het ontbijt ontmoet hebben.
Het koraal heeft hier veel geleden door kunstmestbommen, door
chemicaliën en gewoon door je anker gedachteloos uit te werpen.
Volgens de bewoners komt het door El Nino, maar dat is echt flauwekul,
die is hier nooit geweest.
Maar gelukkig zijn er nog grote stukken die heel erg mooi zijn
en er goed uitzien, Gigantische scholen visjes schieten van alle
kanten om je heen; vooral de laatste snorkelplek was bijzonder
doordat op een koraalberg felrode en felblauwe koraal’lichtjes’
branden, die wegschieten, als je ernaar wijst (een beetje een
kerstboom). Rond 12.00 uur zijn we weer terug in het hotel, met
een heel voldaan gevoel.
‘s Middags zijn we ook naar de achterzijde van ons paradijs
gaan kijken en zijn het ‘binnenland’ van het eiland
ingewandeld. Je wandelt in een half uur van de ene naar de andere
kant van het eiland. Via een droog, zanderig paadje wandelen we
een armetierig gebied in. De koeien sloffen wat vermoeid en uitgedroogd
door het volstrekt kale weidegebied. Hoe de beesten aan hun zoete
drinkwater kunnen komen, kunnen we (nog) niet ontdekken. Al het
drinkwater (voor mens, dier en plant) moet immers met een boot
worden aangevoerd. We douchen hier ‘s morgens met zeewater;
het zwembad is gevuld met zeewater. Aan de andere kant van het
eiland ontmoeten we een groepje kinderen die stukjes koraal aan
het verzamelen zijn om snoeren van te maken. De kinderen komen
wat branie-achtig belangstellend kijken en voelen wie die vreemdelingen
hier zijn.
‘s Avonds eten we samen met de Nederlanders van vanmorgen;
het is een gezellige afsluiting van de dag.

|
|