|
Rondreis Kleine Sunda-eilanden
Van Gili Meno naar Tetebatu
Jo en Rita de Wilt, 14-11-2005
Na het ontbijt brengt een boot ons en de zwangere vrouw van de
eigenaar van het hotel terug naar Lombok. Onze gids en chauffeur
staan klaar om ons mee te nemen. Het wordt een drukke dag vandaag.
We rijden via de Pusuk Pass richting Tetebatu. Op een uitzichtpunt
zitten volop hongerige aapjes te wachten op de pinda’s en
vruchten van de toeristen. Het zijn een soort baardige makaken.
Een leuk fotomoment
Even verderop maken ze van het sap van de suikerpalm een soort
vaste donkerrode suiker, die ze laten stollen in de harde schil
van een halve kokosnoot of in stukjes bamboe. Het pad naar het
een-woks-suikerfabriekje is steil en slecht gebaand. De gids en
chauffeur lopen dit moeiteloos; voor ons blijft dit toch wat zwaarder.
Maar op de berghelling worden we beloond: in de bomen om ons heen
hangen allerlei lekkere vruchten, waarvan we lekker kunnen snoepen.
In de wok kookt de eigenaar het sap van de suikerpalm en op deze
wijze dikt dit sap in, totdat het uiteindelijk stolt. Van het
sap maken ze via gisting ook palmwijn; maar die is echt voor de
liefhebbers.
Door een jungleachtig landschap rijden we naar de Lingsar-tempel.
Dit is een tempel met Balinese, Hindoeïstische, Islamitische
en animistische kenmerken, en is tegelijk de heiligste tempel
van Lombok. De plaatselijke gids wil 25000 rp (= € 2,30)
en verkoopt ons een veel te dure fles jonge rijstwijn voor 25000rp
(kost op de plaatselijke markt 6000 rp-50 eurocent). Dit is hier
een van de manieren om je inkomsten aan te vullen.
Dan ligt het Narmade-waterpark op onze weg. Een heel beroemd tempel-watercomplex.
Het is lange tijd een koninklijk paleis geweest dat gebouwd is,
omdat de koning te oud was om de goddelijke vulkaanberg Rinjani
te beklimmen. In het park is, in strakke lijnen, deze berg nagebouwd
en bovenop bevindt zich de tempel. Een Nederlands sprekende gids
leidt ons rond. Hij vertelt dat hij het Nederlands geleidelijk
van de toeristen heeft geleerd; hij spreekt het vlekkeloos; hij
eindigt wel elke zin met: ‘Mooi, hè?”
Er zijn in dit park ook restanten van een aquaduct dat door de
Nederlanders is aangelegd om het water naar het park en naar de
rijstvelden te vervoeren.
Tot slot nam de gids ons mee naar het gezin van zijn broer. De
vrouwen maken hier allerlei producten van rotan. Na wat gepraat
te hebben en na een kop sterke Lombokkoffie in de vrijwel lege
woonkamer, rijden we om 17.00 uur naar ons hotel in Tetebatu (Green
Orry Inn). Tetebatu is een gehuchtje, bestaande uit enkele straten,
uiteraard een moskee en wat piepkleine winkeltjes, waarin de hele
dag tenminste twee mensen op klanten zitten te wachten. Het gehucht
ligt ingesloten tussen uitgestrekte sawa’s en het nationaal
park met de vulkaanberg Rinjani. Deze berg is 3726 meter hoog
met een heel groot kratermeer. Een tocht naar de top kost minstens
drie dagen.
In de vooravond vraagt onze gids of we willen meewerken aan een
interview dat met een camera wordt opgenomen; het onderwerp was
‘toerisme in Lombok’. Wat de bedoeling hiervan was,
is ons echter ontgaan.
 Iets
over Lombok:
Lombok is een nog tamelijk ‘onbeschadigd’ eiland;
het doet heel natuur-lijk aan. Sommige delen druipen van het water,
terwijl andere delen kurk- en kurkdroog zijn in de droge tijd
(maart-november). Gebieden die aan de regenzijde van de berg liggen,
zijn mooi groen en aantrekkelijk; In al hun dorheid zijn de droge
gebieden ook heel bijzonder. De waterhuishouding is door irrigatiekanaaltje
de laatste jaren wel wat verbeterd, waardoor de hongersnood en
mislukte oogsten wat minder voorkomen.
De doorsnede van het eiland is van oost naar west én van
noord naar zuid 80 km. De meeste mensen wonen in het centrum van
het eiland en aan de vruchtbare westkust. Ze verbouwen hier kapok,
koffie (die vermengd wordt met de bast van de kokosnoot of rijst:
een soort tweede wereldoorlog koffie), katoen, kokosnoten en pinda’s
en tabak. Pinda’s en tabak zijn de wissel-producten van
de rijstvelden.
De bevolking bestaat voor 90% uit moslims; op het eiland staan
nu 1100 moskeeën, er worden er met behulp van Arabische gelden
nog 2000 bijgebouwd. Uitgangspunt is dat een moskee nooit meer
dan 500 meter van je huis moet zijn, zodat je er altijd je dagelijkse
gebeden kunt zeggen. Veel van de nieuwe moskeeën zijn slechts
pas voor een deel gebouwd, want……het geld is op. Je
ziet overigens vrijwel nooit iemand in de moskee. De bewoners
hebben de Islam sterk vermengd met de oude animistische religie.
Een groot deel van de bevolking hoort bij de Sasak-bevolkingsgroep.
Zij wonen en leven nog tradioneel en adat is voor hen de belangrijkste
wet en gaat boven de moslimwetten.
De meeste mensen zijn vrij arm; de inkomsten zijn laag en ze kunnen
ternauwernood voorzien in de gewone dagelijkse behoeften. Het
is dan ook geen wonder dat de fooitjes voor het verzorgen van
je hotelkamer, voor je koffer dragen, voor het brengen van een
kopje koffie, voor het openhouden van een deur vaak verwacht worden,
terwijl wij daar nog al eens overheen willen stappen. Anderzijds
zijn er nogal wat mensen, die –als er RIJKE WESTERLINGEN
in de buurt zijn, die gemakkelijk aan geld willen komen door spullen
veel te duur te verkopen of door mooie verhalen te vertellen.
Het volgende willen we jullie niet onthouden:
Toen we bij de broer van de gids waren, werd een kindje met een
hazenlip op de arm naar buiten gedragen. De gids vertelde dat
dit kind voor 1,5 miljoen (ongeveer 140 euro) in Bali geopereerd
kan worden. Dat zou heel fijn zijn voor het kind. En dan volgt
een versluierde vraag of je dit geld even op tafel wilt leggen.
Natuurlijk doet dit je wat; zoiets maakt indruk.
Maar zo werkt het niet. Dit verhaal vertellen ze aan elke toerist
en ze kunnen dit echt heel dramatisch brengen. Er zijn toeristen
die dit gewoon betalen.
Met andere woorden zo’n kind is een prachtige bron van inkomsten
geworden. In dergelijke gevallen hebben we een antwoord bedacht,
waarmee ze genoegen nemen. We vertellen hen dat we in Nederland
het hulpgeld storten via giro 555 of naar Humanitas. Zo weten
we dat het geld altijd goed terecht komt. Humanitas is een bekende
organisatie op het eiland; zie verderop in dit verslag.

|
|