|
Rondreis Kleine Sunda-eilanden
Rit langs de noordkust naar Sengiggi, wandeling bij Senaru
Jo en Rita de Wilt, 17-11-2005
Nu we een dag of vijf hebben rondgezworven op Lombok, hebben
we toch wel een aardige indruk van het eiland gekregen. De leefomstandigheden
zijn enigszins vergelijkbaar met Nederland in de jaren 50: kleine
dorpjes, gesloten leefgemeenschappen, traditioneel levend met
als het even kan een levengrote TV midden in de verder lege woonkamer.
De telefoon is er wel, maar werkt maar af en toe. Mensen die het
zich kunnen veroorloven, hebben een mobieltje; dit in tegenstelling
tot Bali, waar vrijwel iedereen de hele dag met zijn mobieltje
loopt te spelen.
Volgens de hoteleigenaar is het onderwijs bijzonder slecht. Er
is nauwelijks meubilair, geen of veel te weinig leerboeken. Leerkrachten,
als ze er al aanwezig zijn, zijn ze slecht geschoold. Vaak zijn
ze afwezig, omdat ze ook nog wat anders te doen hebben, waarmee
meer en gemakkelijker geld kunnen verdienen. Morgen en gisteren
bestaan hier niet. Alleen de dag van vandaag bestaat. We blijven
natuurlijk wel met de westerse ogen naar dit land kijken; het
is maar de vraag of dit terecht is. Maar het lijkt alsof er geen
uitweg uit de armoede is, terwijl de mensen natuurlijk hier wel
op de hoogte zijn van ontwikkelingen in de wereld, o.a via de
TV.
Ons bezoek aan een primary school laat ons de tranen in de ogen
krijgen. Het ziet er werkelijk onwerkbaar uit. In een klasje staan
8 dubbelde schoolbanken voor 24 kinderen. Er liggen een stuk of
tien taalboeken (bahasa Indonesia) en een rekenboek. In een ander
lokaal hangen ook nog twee landkaarten: een van Lombok en een
van Indonesië. Verder staat er een volledig versleten schoolbord
van 80 bij 80 cm met één krijtje. Het speelterrein
is een rotsachtig hulten-bulten veld. Bij onze aankomst schreeuwen
en joelen de kinderen, in bruin uniform, om het hardst; het lijkt
allemaal volledig ongecontroleerd. We zijn echt welkom en een
leerkracht die vijf woorden Engels spreekt, probeert ons nog een
beetje te woord te staan. Via onze gids kunnen we even met elkaar
praten. Aan de uitwerking van de rekenopgaven op het bord kun
je zien dat de nieuwe rekendidactiek een totaal onbekend terrein
is. Ze beginnen onmiddellijk om materiaal te vragen. Onze oude
rekenmethode zou hier in principe heel goed bruikbaar zijn, maar
het is vrijwel onmogelijk om het materiaal hierheen te krijgen;
(verscheping is zeer kostbaar en het komt door de corruptie waarschijnlijk
nooit aan). Geld blijft onderweg ergens aan de strijkstok hangen.
Het is echt in-en-in triest, zoals het er hier aan toegaat. Een
beetje geshockeerd verlaten we de school. (Ik weet dat de inspecteur,
die vandaag op den Akker komt, met een heel wat beter gevoel naar
buiten zal lopen.)
Rond 10.30 uur maken we met een gids een wandeling door een wat
meer naar het westen gelegen gebied. We lopen door wat meer toeristische
Sasak-dorpjes. Hier komen we de TV ook weer tegen. De wandeling
eindigt bij een werkelijk schitterende waterval, waar mensen de
eeuwige jeugd kunnen verdienen, als ze onder het stromende water
gaan staan.
Na de lunch rijden we naar onze laatste halteplaats in Lombok,
hotel Nusa Bunga. Onderweg stoppen we bij een plaats waar puimsteen
(lava) verwerkt en verscheept wordt. Tot slot komen we toevallig
verzeild op een Sasak-bruiloft. We worden met open armen ontvangen,
als we foto’s van het bruidspaar willen maken. Dat doen
we natuurlijk en we beloven dat we de foto’s op zullen sturen.
De bruid en bruidegom zien er in hun klederdracht prachtig uit;
de man (21 jaar) met de kris op de rug. Ze kijken allebei wat
verschrikt en een glimlach kan maar nauwelijks te voorschijn komen.
Maar na drie dagen feest zal het wellicht overgaan. Ze krijgen
een een-kamer Sasak woning van gevlochten bamboe bij de ouders
van de bruidegom.
Tot slot komen we aan in ons hotel met een prachtig zacht strand;
aan het hek tussen strand en hotel staan de masseurs al klaar
om je voor 3 euro (erg duur) een massage te geven. We blijven
hier tot zaterdag 06.30 uur.

|
|