|
Rondreis Kleine Sunda-eilanden
Van Ruteng naar Bajawa
Jo en Rita de Wilt, 23-11-2005
Nadat we onze ogen hadden geopend, zijn we op de veranda van
onze hotelkamer gaan ontbijten. De straatverkopers zaten al in
een rijtje te wachten met hun Ikatkleden. Dat je niets nodig hebt,
horen ze niet. Dat je na een half uur nog steeds niets nodig hebt,
horen ze nog steeds niet. Voor de grap boden we op een kleed,
waarvoor ze 200.000rp (18 euro) vroegen een bedrag van 25.000
rp (2,10 euro). Dit was onbespreekbaar. Terwijl we op onze chauffeur
wachtten, ging de prijs steeds met 25.000 rp naar beneden. Het
eindbod was 30.000 rp. We weigerden. Uiteindelijk kregen we de
lap voor.....25.000rp; en dan te bedenken dat ze er een paar weken
aan gewerkt hebben!
We vertrekken om 7.30 uur naar Bajawa (145 km). Tot 13.00 uur
dalen we van de 1100m boven zeeniveau naar de zuidkust over een
afstand van 100 km. We passeren sawa’s die van hoog tegen
de steile bergen tot heel diep in de dalen liggen. We kunnen nauwelijks
begrijpen dat mensen hier tegenop/af kunnen lopen; maar ze doen
dit met een onwaarschijnlijk gemak, zonder te vallen of te struikelen.
De natuur en de dorpjes zijn echt grandioos. Het aantal sawa’s
neemt geleidelijk toe, doordat er steeds stukken oerwoud platgebrand
worden. Door de afname van de totale oppervlakte van het oerwoud
kan op den duur de watervoorziening en de zoetwatervoorziening
in gevaar komen.
Na het plaatsje Borong zijn we koffie gaan drinken bij stichting
de roeping, die drinkwatervoorziening en toiletten in de dorpjes
aanlegt. De mensen leren ook hoe ze deze voorzieningen moeten
onderhouden en bekostigen. De traditioneel denkende mensen raken
geleidelijk overtuigd van de noodzaak van het onderhoud, omdat
ze merken dat er minder jonge kinderen sterven, er minder mensen
minder vaak ziek worden. De leider van het project (iemand van
Flores) gaf aan, dat de mentaliteit aan het veranderen is. Maar
het gaat moeizaam om de mensen zelf verantwoordelijk te maken.
Inmiddels zijn met behulp van Nederlands geld 20 dorpjes voorzien
van water en toilet/douche (een per 3 tot 4 huizen).
Tijdens de laatste 25 km voor de lunch rijden we door het gebied
van de Ngada-bevolkingsgroep. Dit gebied is wat droger en minder
weelderig. We stoppen even bij een Arak-stokerij. Hiervoor gebruiken
ze de palmwijn. Arak heeft vaak een heel hoog alcoholpercentage.
Een liter arak kost 1,30 euro. Deze arak vinden wij niet echt
lekker.
Na de laatste 30 km (in ruim anderhalf uur) komen we in een echt
vriendelijk stadje: Bajawa. We logeren hier in een wat luxer hotel
(maar dat valt wel mee!): Bintang Wisata. Na een enigszins warme
douche (en dat is heel bijzonder in Flores) zijn we de fotogenieke
markt opgelopen. De groente en het fruit liggen op een bijzondere
manier opgestapeld in kleine verkoopbare hoopjes; in iedere kraam
op dezelfde manier. Aan het einde van de markt zijn een 15-tal
kleinere marktkraampjes, waar vrouwen alle ingrediënten voor
het betel-kauwen verkopen. Zelf genieten de vrouwen er het meeste
van. Zij vinden het dan ook prachtig om al coke snuivend en betel
kauwend op de foto te mogen. De straten liggen bezaaid met de
rode spugsels van alle betel-kauwers. Hun monden zijn vuurrood
en de tanden vaak zwart en in een zeer slechte staat; de sluimertoestand,
die het betel-kauwen teweeg brengt verzacht vaak de ellendige
toestand, waar deze mensen zich in bevinden. Je kunt de zakjes
(zwakke) cocaïne hier gewoon op de markt kopen.
We hebben vandaag een flink aantal foto’s gemaakt. De landschappelijke
foto’s worden afgewisseld door foto’s met mensen;
ouders vinden het fantastisch als hun kinderen op de foto mogen;
als je ze dan op het schermpje even mee laat kijken, glunderen
ze van geluk; slechts zelden vraagt iemand om geld.

|
|